Werkproces

Nadat een hulpvrager zich heeft gemeld, wordt door de coördinator van de stichting telefonisch een oriënterend intakegesprek gehouden waarin naar de haalbaarheid van de aanvraag wordt gekeken.

Als de coördinator van oordeel is dat een traject van schuldhulpverlening door de stichting kan worden opgestart, wordt een eerste buddy ingezet om een eerste thuisafspraak te gaan plannen. De eerste buddy zoekt een passende tweede buddy om dit gesprek met de hulpvrager aan te gaan.

Zij maken een plan van aanpak en leggen dit aan de coördinator voor. Indien deze akkoord gaat, wordt het plan van aanpak aan de hulpvrager voorgelegd. De hulpvrager moet instemmen met het plan van aanpak.

Van ieder gesprek en iedere actie wordt melding gemaakt in het dossier van de hulpvrager. Deze aantekeningen geven de voortgang en de gemaakte afspraken weer.

Het dossier wordt gesloten, indien het bemiddelingstraject is afgerond of wanneer de hulpvrager niet meewerkt, ondanks waarschuwingen of wanneer een zaak wordt overgedragen naar een andere instantie. Sluiting van een dossier behoeft voorafgaande toestemming van de coördinator en wordt schriftelijk medegedeeld aan de hulpvrager.

Indien de coördinator tot de slotsom komt dat hij geen mogelijkheid ziet om een traject te starten deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de hulpvrager. Als de hulpvrager het niet eens is met de coördinator, kan hij zich wenden tot het bestuur die – na de hulpvrager en de coördinator gehoord te hebben – een besluit neemt.